Olympiërs moeten altijd sneller, hoger en sterker
Difficulty: Medium    Uploaded: 1 year, 8 months ago by markvanroode     Last Activity: 4 months ago
30% Upvoted
8% Translated but not Upvoted
132 Units
38% Translated
30% Upvoted

Olympic Games - Health.

Olympians always have to be faster, higher and stronger. But does the human body have a limit?

Citius, altius, fortius (faster, higher, stronger) is the official motto of the Olympics. But how far can you go in that?

Kick Hommes, Trouw, July 23, 2024.

Tom Dumoulin always thought the Olympics was a fantastic event. The former cyclist looked around in Rio de Janeiro and Tokyo and thought what extraordinary people they all were. Dumoulin, himself a silver medalist in Rio and Tokyo, had an eye for the qualities of the top athletes around him. The Olympics, he once said during a bike ride, are a celebration of the very best, a celebration of the freaks of nature.

In these Olympics, the world's very best will compete again. They are competing for that one spot at the top. And everyone wants to be better than the other. It is a constant thrust toward the very highest, strongly reflected in the official motto of the Games. Citius, altius, fortius it says in Latin, "faster, higher, stronger" is the translation.

Trouw highlights these Olympics in four themes irrevocably linked to the event: sustainability, fairness, health, and well-being. This story focuses on the health and body of the athlete.

Whoever is the best in Paris has won these Games from all those freaks of nature in his or her sport. But how long is that faster, higher, and stronger possible? Is there a limit to what the human body can handle?

Figure 1 - Health.

The human limit.

According to Eliud Kipschoge, there is no limit. The Kenyan runner, favourite for the marathon in Paris, ran the 2019 marathon under two hours, aided by a whole arsenal of helpers. Full of euphoria, that day Kipchoge became an example to all mankind: ‘The human being has no limit.’ Yet a dissenting voice can also be heard. Limits in elite sport are often reflected in records. A time, a height, a distance, achieved by the very best in that discipline. But those who look at records see a trend. The number of new world records in almost all sports is steadily declining.

Are the outer limits to human capacity calculable? Attempts have been made, however. In 2008, for example, American Mark Denny of Stanford University calculated the maximum times runners can ever achieve using historical data from humans, race horses and dogs.

He believes the world record in the 100 meters can go to 9.48 seconds, 0.10 seconds faster than Usain Bolt's record now. He believes the record for the marathon can go to 1:59:36, four seconds faster than Kipchoge ran in his record attempt.

In the women's marathon, Denny had set the ultimate record at 2:12.41 minutes. He just did not get that right. Late last year in Berlin, Tigist Assefa ran the marathon a lot faster: she finished in an extraordinary time of 2:11:53.

Records, even virtual ones, are always there to be broken. Jos de Koning knows better than anyone how the battle to be the fastest works. He was the co-inventor of the clap skate, a change that completely transformed speed skating. "Circumstances for record-making are always changing. But first, it's essential to describe what kind of people we're actually watching at the Olympic Games.” De Koning describes humanity as a normal distribution: “In the middle of such a distribution is the bell curve, the average. But the further you go towards the sides, the more unique it becomes. The people who deliver top performance are all the way on the right side. "And the more developed a sport is, the more you need to be strong in many factors on the right side of the spectrum to be the very best." Athletics is a good example.

That's the case in all sports. Cyclist Dumoulin was a unique talent, but he competed in a sport that is primarily European-oriented.

That's why men's athletics is such a good example to use when talking about records. This sport has spread worldwide in recent centuries, and its practice is not limited to a small group of people. "A record in athletics is more difficult to break than, for example, in the pentathlon," said De Koning.

Neem atletiek bij de mannen. Daar zijn op alle olympische nummers de wereldrecords al jaren niet aangescherpt. Usain Bolt heeft bijvoorbeeld al sinds 2009 met 9.58 seconden het wereldrecord over 100 meter. Het record dat het kortst geleden is verbeterd? De 400 meter horden, op de Olympische Spelen in 2021 door de Noor Karsten Warholm.

Afbeelding 2 - Snelheid.

Thijs Eijsvogels, inspanningsfysioloog bij het Radboudumc, wijst op de ontwikkeling van de records op de marathon. “Die hebben zich in de twintigste eeuw eigenlijk in drie fases ontwikkeld. In het begin ging men gewoon meer en intensiever trainen. De eindtijden gingen van iets meer dan drie uur naar echt al onder de 2,5 uur.

“Vervolgens is er een ‘middenfase’ in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Toen werd atletiek mondialer en gingen bijvoorbeeld atleten uit Afrika meedoen. Die bleken uitstekende duursporters te zijn en je zag dat de records weer sneller en sneller werden. Tot slot kan je vanaf de jaren negentig zeggen dat atletiek echt globaal beoefend wordt en de aanscherping van de records niet meer in minuten gaat, maar in seconden.” Het gevolg is dat de marges voor verbetering veel kleiner worden. Eijsvogels: “Het wordt inderdaad steeds moeilijker om die wereldrecords te doorbreken bij gelijkblijvende techniek of technologie, of doping.” Want dat is de huidige plek waar de marge nog in zit. Het potentieel van de mens wordt beter benut, en enigszins geholpen door bijvoorbeeld materiaal of voeding. In de atletiek zijn er ‘wonderschoenen’ en wordt gelopen op meebewegend tartan. En Dumoulin vertelt hoe hij in zijn jaren zag dat de wielrenners extreme vooruitgang boekten door anders te eten. “Hoe snel ze nu rijden, dat kan ik al niet eens meer bijhouden als ik top in vorm zou zijn.” Bovendien komt er steeds meer kennis over het vrouwenlichaam in de topsport. Daar is om die reden de marge aan de zijkanten van de normaalverdeling nog wat groter, ziet De Koning, al staan belangrijke records ook al jaren.

Maar nieuwe records zijn mogelijk. Zo scherpte de grootste concurrente van Femke Bol voor de olympische titel op de 400 meter horden, de Amerikaanse Sydney McLaughlin, vorige maand nog haar record aan naar 50,65 seconden (Bols persoonlijke record is sinds vorige week 50,95 seconden).

“Alle systemen in het lichaam hebben een maximum.” Voeding omzetten in brandstof.

Hoewel moeilijk aan te geven is wat qua tijd een absolute grens is, is er wel een voorbeeld te geven over het menselijk lichaam zelf. Neem de VO2max, de maximale zuurstofopname. Hoe meer zuurstof je uit de lucht kan halen om naar je spieren te brengen, hoe meer voedingsstoffen je kunt omzetten in brandstof. Kort door de bocht: hoe hoger de VO2max, hoe beter je conditie.

Vrouwelijke topsporters kennen een VO2max-waarde van rond de zeventig, exceptionele mannelijke topsporters zitten rond de negentig of meer. De Koning: “Maar bij een renpaard kom je dan weer op een waarde van 125. Dus die waarde zelf is niet aan een maximum gebonden, maar binnen de mens dus wel.” Hoe komt het dat de mens die waarde van 125 niet kan halen? De Koning: “De zuurstofopname heeft meerdere componenten. Het heeft te maken met hoeveel bloed je rond kan pompen, hoeveel zuurstof dat bloed vast kan houden en hoe je die zuurstof uiteindelijk in het weefsel af kan geven en er verbruik van kan krijgen. Maar goed: alle systemen in het lichaam hebben een maximum.

“Neem je bloed: als het te veel rode bloedlichaampjes bevat, wordt het stroperig en stroomt het niet. In je spieren zitten energiefabriekjes, mitochondriën, en die houden ook een keer op. Daarom zeggen we ook dat als een sporter rond de negentig zit, dat in de buurt van het maximum is.” Een topsporthart.

Dat wil niet zeggen dat topsporters normale mensen zijn. Integendeel. Eijsvogels gaat op verzoek in op de ontwikkeling van het hart, toch de motor van het lichaam. “Het hart van een normale Nederlander is ongeveer zo groot als je vuist. In rust is onze doorbloeding ongeveer vijf liter per minuut, als we sporten wordt dat misschien twintig liter. Maar het topsporthart is ongeveer anderhalf tot twee keer zo groot, alsof je je andere hand op je vuist legt. Dat pompt bij inspanning veertig liter per minuut rond. Echt een bizarre hoeveelheid. Vier emmers, elke minuut.” “Je kan wel een grote motor willen hebben, maar het autootje moet ook licht genoeg zijn.” Het hart heeft zich de laatste decennia amper extra ontwikkeld. Eijsvogels: “Wat twintig jaar geleden groot was, is nog steeds groot. Evolutie is per definitie een traag proces. Maar er is wél steeds meer kennis over het hart en we weten veel beter hoe we het hart zo optimaal mogelijk kunnen trainen. Dat betekent dat meer mensen nu richting de ‘grote kant’ zitten.” Tegelijkertijd is het een precair proces. Eijsvogels: “Topsporters zijn niet de auto’s in de Formule 1. Iedereen werkt met een andere motor en je moet maar zoeken naar een manier waarop de training voor juist die ene atleet het beste is. Het is zoeken naar een optimum. Want je kan wel een grote motor willen hebben, maar het autootje moet ook licht genoeg zijn.” De Koning noemt het voorbeeld van de maximale kracht op maximale snelheid. Daar zit balans in. “Stel: je bent een sprinter die veel vermogen moet kunnen leveren. Dan kan je zoveel mogelijk spieren willen hebben, want dat is snel. Maar die spieren moet je wel met je meezeulen tijdens de sprint, dus honderd kilo wegen is niet wenselijk. Al die sprinters die op de 100 meter staan lijken dan wel imposant, maar zijn eigenlijk helemaal niet zulke zware jongens.” Verbetering in veelzijdigheid.

Het is in de veelzijdigheid van de mens waar nu de verbetering kan worden gevonden. Elke sporter is uniek, dus er is altijd een mogelijkheid om net zolang te boetseren tot iemand op alle facetten bij de top behoort. Overal komen freaks voor: van Usain Bolt tot Michael Phelps, van Femke Bol tot turnster Larissa Latynia (de succesvolste vrouw ooit met achttien medailles tussen 1956 en 1968, waarvan negen keer goud).

Kan de race om beter te worden ook gevaarlijk zijn voor de mens? Kunnen kritieke grenzen worden overschreden? Eijsvogels wil die vraag omdraaien. Hij ziet juist de voordelen van de ontwikkelingen.

Eijsvogels: “We weten deze dagen namelijk veel beter wat we niét moeten doen. Als je koorts hebt of je bent ziek, dan moet je gewoon niet gaan sporten. Daarvan weten we nu echt dat het problemen kan geven aan het hart, door bijvoorbeeld een ontsteking. Gelukkig is de medische begeleiding de afgelopen tien, twintig jaar enorm geprofessionaliseerd.” De beteren zullen waarschijnlijk wel nog beter worden. Maar komt er een moment dat zelfs hun lichaam gewoon niet méér kan? Eijsvogels: “Theoretisch zou je kunnen zeggen dat er een moment komt dat het lichaam niet meer beter kan presteren. Maar aan de andere kant denk ik, heel pragmatisch, dat het nog heel lang duurt voordat dat moment wordt bereikt.” De kans wordt nooit nul.

Records zijn ook volgens De Koning ‘gewoon’ nog mogelijk. De normaalverdeling is een statistisch gegeven, aldus De Koning. “Dat betekent dus ook dat aan de zijkanten van het spectrum de kans nooit nul wordt. De kans op een record wordt kleiner, het wordt moeilijker, maar het is nooit nul.” Tegelijkertijd zit er in de sport een paradox. De mens wordt nog steeds beter, ondanks de mens. Het is het gevolg van de beweegcrisis. De Koning: “Als je de normaalverdeling nu maakt over de hele bevolking en je kijkt naar de ‘rauwe fitheid’, dan durf ik er gif op in te nemen dat de hele curve naar links is geschoven ten opzichte van dertig jaar geleden.” Wat dat betreft zijn de genetische freaks de besten van een samenleving die per generatie verschillend is. Het is ook iets dat Dumoulin opviel: in zijn tijd kon hij nog wel mee met de besten, maar had hij zijn topvorm in deze tijd gehad, dan nog was hij verslagen door de besten in zijn sport op dit moment. “Sport verandert, de sporter ook, en dat is maar goed ook.” https://www.trouw.nl/olympische-spelen-2024/olympiers-moeten-altijd-sneller-hoger-en-sterker-maar-heeft-het-menselijk-lichaam-een-grens~b4c12895/
unit 1
Olympische Spelen – Gezondheid.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 2
Olympiërs moeten altijd sneller, hoger en sterker.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 3
Maar heeft het menselijk lichaam een grens?
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 4
Citius, altius, fortius (sneller, hoger, sterker) is het officiële motto van de Olympische Spelen.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 5
Maar hoever kun je daarin gaan?
1 Translations, 0 Upvotes, Last Activity 1 year, 8 months ago
unit 6
Kick Hommes, Trouw, 23 juli 2024.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 7
Tom Dumoulin vond de Olympische Spelen altijd een fantastisch evenement.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 9
unit 11
Deze Olympische Spelen zullen de allerbesten ter wereld zich weer met elkaar meten.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 12
Ze wedijveren om die ene plek bovenaan.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 13
En iedereen wil beter zijn dan de ander.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 15
Citius, altius, fortius staat er in Latijn, ‘sneller, hoger, sterker’ is de vertaling.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 17
Duurzaamheid, eerlijkheid, gezondheid en welzijn.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 18
In dit verhaal staat de gezondheid en het lichaam van de sporter centraal.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 20
Maar hoe lang is dat nog mogelijk, dat sneller, hoger en sterker?
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 21
Zit er een grens aan wat het menselijk lichaam daadwerkelijk aankan?
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 22
Afbeelding 1 - Gezondheid.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 23
Het limiet van de mensheid.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 24
Als het aan Eliud Kipchoge ligt, helemaal niet.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 27
Limieten in de topsport worden vaak weergegeven in records.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 28
Een tijd, een hoogte, een afstand, gehaald door de allerbeste in die discipline.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 29
Maar wie kijkt naar records, ziet een trend.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 30
Het aantal nieuwe wereldrecords in vrijwel alle sporten neemt gestaag af.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 31
Zijn de uiterste grenzen aan de capaciteit van de mens te berekenen?
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 32
Er zijn wel pogingen gedaan.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 7 months ago
unit 36
Bij de vrouwen op de marathon had Denny het ultieme record gezet op 2.12.41 minuut.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 6 months ago
unit 37
Daar kreeg hij alleen geen gelijk in.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 1 year, 6 months ago
unit 39
Records, zelfs al zijn ze virtueel, zijn er altijd om verbroken te worden.
1 Translations, 0 Upvotes, Last Activity 4 months ago
unit 40
Jos de Koning weet als geen ander hoe de strijd om de snelste te zijn werkt.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 5 months, 2 weeks ago
unit 41
unit 42
“Situaties voor records veranderen, altijd.
1 Translations, 1 Upvotes, Last Activity 5 months, 2 weeks ago
unit 44
Maar hoe verder naar de zijkanten, hoe unieker.
1 Translations, 0 Upvotes, Last Activity 4 months ago
unit 45
De mensen die de topprestaties leveren, zitten helemaal aan de rechterkant.
1 Translations, 0 Upvotes, Last Activity 4 months ago
unit 47
Dat is in alle sporten zo.
1 Translations, 0 Upvotes, Last Activity 4 months ago
unit 52
Neem atletiek bij de mannen.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 55
Het record dat het kortst geleden is verbeterd?
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 57
Afbeelding 2 - Snelheid.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 59
unit 60
In het begin ging men gewoon meer en intensiever trainen.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 72
Maar nieuwe records zijn mogelijk.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 76
Neem de VO2max, de maximale zuurstofopname.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 78
Kort door de bocht: hoe hoger de VO2max, hoe beter je conditie.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 80
unit 82
De Koning: “De zuurstofopname heeft meerdere componenten.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 84
Maar goed: alle systemen in het lichaam hebben een maximum.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 88
Dat wil niet zeggen dat topsporters normale mensen zijn.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 89
Integendeel.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 91
unit 94
Dat pompt bij inspanning veertig liter per minuut rond.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 95
Echt een bizarre hoeveelheid.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 97
Eijsvogels: “Wat twintig jaar geleden groot was, is nog steeds groot.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 98
Evolutie is per definitie een traag proces.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 101
Eijsvogels: “Topsporters zijn niet de auto’s in de Formule 1.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 103
Het is zoeken naar een optimum.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 105
Daar zit balans in.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 106
“Stel: je bent een sprinter die veel vermogen moet kunnen leveren.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 107
Dan kan je zoveel mogelijk spieren willen hebben, want dat is snel.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 113
Kan de race om beter te worden ook gevaarlijk zijn voor de mens?
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 114
Kunnen kritieke grenzen worden overschreden?
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 115
Eijsvogels wil die vraag omdraaien.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 116
Hij ziet juist de voordelen van de ontwikkelingen.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 118
unit 121
Maar komt er een moment dat zelfs hun lichaam gewoon niet méér kan?
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 124
Records zijn ook volgens De Koning ‘gewoon’ nog mogelijk.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 125
De normaalverdeling is een statistisch gegeven, aldus De Koning.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 128
De mens wordt nog steeds beter, ondanks de mens.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None
unit 129
Het is het gevolg van de beweegcrisis.
0 Translations, 0 Upvotes, Last Activity None

Olympische Spelen – Gezondheid.

Olympiërs moeten altijd sneller, hoger en sterker. Maar heeft het menselijk lichaam een grens?

Citius, altius, fortius (sneller, hoger, sterker) is het officiële motto van de Olympische Spelen. Maar hoever kun je daarin gaan?

Kick Hommes, Trouw, 23 juli 2024.

Tom Dumoulin vond de Olympische Spelen altijd een fantastisch evenement. De oud-wielrenner keek in Rio de Janeiro en Tokio om zich heen en dacht: wat een bijzondere mensen toch allemaal. Dumoulin, zelf zilver in Rio en in Tokio, had oog voor de kwaliteiten van de topsporters om hem heen. De Olympische Spelen, zo zegt hij tijdens een fietstochtje, zijn een feest van de allerbesten, een feest van de freaks of nature.

Deze Olympische Spelen zullen de allerbesten ter wereld zich weer met elkaar meten. Ze wedijveren om die ene plek bovenaan. En iedereen wil beter zijn dan de ander. Het is een constante stuwing naar het allerhoogste, iets wat in het officiële motto van de Spelen sterk naar voren komt. Citius, altius, fortius staat er in Latijn, ‘sneller, hoger, sterker’ is de vertaling.

Trouw belicht deze Olympische Spelen in vier thema’s die onherroepelijk met het evenement verbonden zijn. Duurzaamheid, eerlijkheid, gezondheid en welzijn. In dit verhaal staat de gezondheid en het lichaam van de sporter centraal.

Wie in Parijs de beste is, heeft deze Spelen van al die freaks of nature in zijn of haar sport gewonnen. Maar hoe lang is dat nog mogelijk, dat sneller, hoger en sterker? Zit er een grens aan wat het menselijk lichaam daadwerkelijk aankan?

Afbeelding 1 - Gezondheid.

Het limiet van de mensheid.

Als het aan Eliud Kipchoge ligt, helemaal niet. De Keniaanse hardloper, favoriet in Parijs op de marathon, liep in 2019 de marathon onder de twee uur, geholpen door een heel arsenaal aan helpers. Vol in de euforie maakte Kipchoge van die dag een voorbeeld voor de hele mensheid: “De mens heeft geen limiet.”

Toch is er ook een tegengeluid te horen. Limieten in de topsport worden vaak weergegeven in records. Een tijd, een hoogte, een afstand, gehaald door de allerbeste in die discipline. Maar wie kijkt naar records, ziet een trend. Het aantal nieuwe wereldrecords in vrijwel alle sporten neemt gestaag af.

Zijn de uiterste grenzen aan de capaciteit van de mens te berekenen? Er zijn wel pogingen gedaan. Zo berekende de Amerikaan Mark Denny van de Universiteit van Stanford in 2008 de maximale tijden die hardlopers ooit kunnen halen aan de hand van historische data van mensen, renpaarden en honden.

Het wereldrecord op de 100 meter kan volgens hem naar 9,48 seconden, 0,10 seconden sneller dan het record van Usain Bolt nu. Het record op de marathon kan volgens hem naar 1.59:36, vier seconden rapper dan Kipchoge liep in zijn recordpoging.

Bij de vrouwen op de marathon had Denny het ultieme record gezet op 2.12.41 minuut. Daar kreeg hij alleen geen gelijk in. Eind vorig jaar liep Tigist Assefa in Berlijn de marathon een stuk sneller: ze finishte in een buitengewone tijd van 2.11.53 uur.

Records, zelfs al zijn ze virtueel, zijn er altijd om verbroken te worden. Jos de Koning weet als geen ander hoe de strijd om de snelste te zijn werkt. Hij was de mede-uitvinder van de klapschaats, een verandering die het schaatsen compleet transformeerde. “Situaties voor records veranderen, altijd. Maar van belang is eerst te beschrijven naar wat voor mensen we op de Olympische Spelen eigenlijk kijken.”

De Koning beschrijft de mensheid als een normaalverdeling: “In het midden van zo’n verdeling zit de bel, het gemiddelde. Maar hoe verder naar de zijkanten, hoe unieker. De mensen die de topprestaties leveren, zitten helemaal aan de rechterkant. En hoe verder een sport ontwikkeld is, hoe meer je op veel factoren aan de rechterkant moet zitten om de allerbeste te zijn.”

Atletiek is een goed voorbeeld.

Dat is in alle sporten zo. Wielrenner Dumoulin was een uniek talent, maar begaf zich wel in een sport die Europees is georiënteerd.

Het is daarom dat atletiek bij de mannen zo’n goed voorbeeld is om te praten over records. Die sport is de laatste eeuwen de hele wereld overgegaan en de beoefening is niet slechts voorbehouden aan een kleine groep. “Een record in het atletiek is moeilijker te verbreken dan bijvoorbeeld in het pentathlon”, aldus De Koning.

Neem atletiek bij de mannen. Daar zijn op alle olympische nummers de wereldrecords al jaren niet aangescherpt. Usain Bolt heeft bijvoorbeeld al sinds 2009 met 9.58 seconden het wereldrecord over 100 meter. Het record dat het kortst geleden is verbeterd? De 400 meter horden, op de Olympische Spelen in 2021 door de Noor Karsten Warholm.

Afbeelding 2 - Snelheid.

Thijs Eijsvogels, inspanningsfysioloog bij het Radboudumc, wijst op de ontwikkeling van de records op de marathon. “Die hebben zich in de twintigste eeuw eigenlijk in drie fases ontwikkeld. In het begin ging men gewoon meer en intensiever trainen. De eindtijden gingen van iets meer dan drie uur naar echt al onder de 2,5 uur.

“Vervolgens is er een ‘middenfase’ in de jaren vijftig, zestig en zeventig. Toen werd atletiek mondialer en gingen bijvoorbeeld atleten uit Afrika meedoen. Die bleken uitstekende duursporters te zijn en je zag dat de records weer sneller en sneller werden. Tot slot kan je vanaf de jaren negentig zeggen dat atletiek echt globaal beoefend wordt en de aanscherping van de records niet meer in minuten gaat, maar in seconden.”

Het gevolg is dat de marges voor verbetering veel kleiner worden. Eijsvogels: “Het wordt inderdaad steeds moeilijker om die wereldrecords te doorbreken bij gelijkblijvende techniek of technologie, of doping.”

Want dat is de huidige plek waar de marge nog in zit. Het potentieel van de mens wordt beter benut, en enigszins geholpen door bijvoorbeeld materiaal of voeding. In de atletiek zijn er ‘wonderschoenen’ en wordt gelopen op meebewegend tartan. En Dumoulin vertelt hoe hij in zijn jaren zag dat de wielrenners extreme vooruitgang boekten door anders te eten. “Hoe snel ze nu rijden, dat kan ik al niet eens meer bijhouden als ik top in vorm zou zijn.”

Bovendien komt er steeds meer kennis over het vrouwenlichaam in de topsport. Daar is om die reden de marge aan de zijkanten van de normaalverdeling nog wat groter, ziet De Koning, al staan belangrijke records ook al jaren.

Maar nieuwe records zijn mogelijk. Zo scherpte de grootste concurrente van Femke Bol voor de olympische titel op de 400 meter horden, de Amerikaanse Sydney McLaughlin, vorige maand nog haar record aan naar 50,65 seconden (Bols persoonlijke record is sinds vorige week 50,95 seconden).

“Alle systemen in het lichaam hebben een maximum.”

Voeding omzetten in brandstof.

Hoewel moeilijk aan te geven is wat qua tijd een absolute grens is, is er wel een voorbeeld te geven over het menselijk lichaam zelf. Neem de VO2max, de maximale zuurstofopname. Hoe meer zuurstof je uit de lucht kan halen om naar je spieren te brengen, hoe meer voedingsstoffen je kunt omzetten in brandstof. Kort door de bocht: hoe hoger de VO2max, hoe beter je conditie.

Vrouwelijke topsporters kennen een VO2max-waarde van rond de zeventig, exceptionele mannelijke topsporters zitten rond de negentig of meer. De Koning: “Maar bij een renpaard kom je dan weer op een waarde van 125. Dus die waarde zelf is niet aan een maximum gebonden, maar binnen de mens dus wel.”

Hoe komt het dat de mens die waarde van 125 niet kan halen? De Koning: “De zuurstofopname heeft meerdere componenten. Het heeft te maken met hoeveel bloed je rond kan pompen, hoeveel zuurstof dat bloed vast kan houden en hoe je die zuurstof uiteindelijk in het weefsel af kan geven en er verbruik van kan krijgen. Maar goed: alle systemen in het lichaam hebben een maximum.

“Neem je bloed: als het te veel rode bloedlichaampjes bevat, wordt het stroperig en stroomt het niet. In je spieren zitten energiefabriekjes, mitochondriën, en die houden ook een keer op. Daarom zeggen we ook dat als een sporter rond de negentig zit, dat in de buurt van het maximum is.”

Een topsporthart.

Dat wil niet zeggen dat topsporters normale mensen zijn. Integendeel. Eijsvogels gaat op verzoek in op de ontwikkeling van het hart, toch de motor van het lichaam. “Het hart van een normale Nederlander is ongeveer zo groot als je vuist. In rust is onze doorbloeding ongeveer vijf liter per minuut, als we sporten wordt dat misschien twintig liter. Maar het topsporthart is ongeveer anderhalf tot twee keer zo groot, alsof je je andere hand op je vuist legt. Dat pompt bij inspanning veertig liter per minuut rond. Echt een bizarre hoeveelheid. Vier emmers, elke minuut.”

“Je kan wel een grote motor willen hebben, maar het autootje moet ook licht genoeg zijn.”

Het hart heeft zich de laatste decennia amper extra ontwikkeld. Eijsvogels: “Wat twintig jaar geleden groot was, is nog steeds groot. Evolutie is per definitie een traag proces. Maar er is wél steeds meer kennis over het hart en we weten veel beter hoe we het hart zo optimaal mogelijk kunnen trainen. Dat betekent dat meer mensen nu richting de ‘grote kant’ zitten.”

Tegelijkertijd is het een precair proces. Eijsvogels: “Topsporters zijn niet de auto’s in de Formule 1. Iedereen werkt met een andere motor en je moet maar zoeken naar een manier waarop de training voor juist die ene atleet het beste is. Het is zoeken naar een optimum. Want je kan wel een grote motor willen hebben, maar het autootje moet ook licht genoeg zijn.”

De Koning noemt het voorbeeld van de maximale kracht op maximale snelheid. Daar zit balans in. “Stel: je bent een sprinter die veel vermogen moet kunnen leveren. Dan kan je zoveel mogelijk spieren willen hebben, want dat is snel. Maar die spieren moet je wel met je meezeulen tijdens de sprint, dus honderd kilo wegen is niet wenselijk. Al die sprinters die op de 100 meter staan lijken dan wel imposant, maar zijn eigenlijk helemaal niet zulke zware jongens.”

Verbetering in veelzijdigheid.

Het is in de veelzijdigheid van de mens waar nu de verbetering kan worden gevonden. Elke sporter is uniek, dus er is altijd een mogelijkheid om net zolang te boetseren tot iemand op alle facetten bij de top behoort. Overal komen freaks voor: van Usain Bolt tot Michael Phelps, van Femke Bol tot turnster Larissa Latynia (de succesvolste vrouw ooit met achttien medailles tussen 1956 en 1968, waarvan negen keer goud).

Kan de race om beter te worden ook gevaarlijk zijn voor de mens? Kunnen kritieke grenzen worden overschreden? Eijsvogels wil die vraag omdraaien. Hij ziet juist de voordelen van de ontwikkelingen.

Eijsvogels: “We weten deze dagen namelijk veel beter wat we niét moeten doen. Als je koorts hebt of je bent ziek, dan moet je gewoon niet gaan sporten. Daarvan weten we nu echt dat het problemen kan geven aan het hart, door bijvoorbeeld een ontsteking. Gelukkig is de medische begeleiding de afgelopen tien, twintig jaar enorm geprofessionaliseerd.”

De beteren zullen waarschijnlijk wel nog beter worden. Maar komt er een moment dat zelfs hun lichaam gewoon niet méér kan? Eijsvogels: “Theoretisch zou je kunnen zeggen dat er een moment komt dat het lichaam niet meer beter kan presteren. Maar aan de andere kant denk ik, heel pragmatisch, dat het nog heel lang duurt voordat dat moment wordt bereikt.”

De kans wordt nooit nul.

Records zijn ook volgens De Koning ‘gewoon’ nog mogelijk. De normaalverdeling is een statistisch gegeven, aldus De Koning. “Dat betekent dus ook dat aan de zijkanten van het spectrum de kans nooit nul wordt. De kans op een record wordt kleiner, het wordt moeilijker, maar het is nooit nul.”

Tegelijkertijd zit er in de sport een paradox. De mens wordt nog steeds beter, ondanks de mens. Het is het gevolg van de beweegcrisis. De Koning: “Als je de normaalverdeling nu maakt over de hele bevolking en je kijkt naar de ‘rauwe fitheid’, dan durf ik er gif op in te nemen dat de hele curve naar links is geschoven ten opzichte van dertig jaar geleden.”

Wat dat betreft zijn de genetische freaks de besten van een samenleving die per generatie verschillend is. Het is ook iets dat Dumoulin opviel: in zijn tijd kon hij nog wel mee met de besten, maar had hij zijn topvorm in deze tijd gehad, dan nog was hij verslagen door de besten in zijn sport op dit moment. “Sport verandert, de sporter ook, en dat is maar goed ook.”

https://www.trouw.nl/olympische-spelen-2024/olympiers-moeten-altijd-sneller-hoger-en-sterker-maar-heeft-het-menselijk-lichaam-een-grens~b4c12895/